Schijvenmaaier of trommelmaaier
Een schijvenmaaier heeft een maaibalk met kleine, snel draaiende schijven van elk twee messen. Hij is lichter, vraagt minder vermogen per meter werkbreedte en volgt de bodem nauwkeuriger. De KUHN GMD- en FC-series werken zo; samen zijn dat 41 van de 47 machines op deze pagina.
Een trommelmaaier werkt met grote verticale trommels die het gewas van bovenaf aanpakken. Dat is robuuster in zwaar, gelegerd of vervuild gewas en geeft een strakker zwad. De KUHN PZ-serie is de trommelmaaier in het programma. De PZ 300 heeft 2,95 m werkbreedte en vier trommels — grote trommels aan de buitenkant, kleinere aan de binnenkant — en vraagt 64 pk. KUHN heeft er naar eigen zeggen ruim 25.000 van verkocht.
Vuistregel: schijvenmaaier voor de meeste percelen en het laagste verbruik, trommelmaaier waar het gewas zwaar staat of ligt. Gaat het niet om ruwvoerwinning maar om het kort houden van een perceel, dan kijkt u bij weidebloters; voor ruig en verhout gewas bij klepelmaaiers.
Met of zonder kneuzer
Dit is de tweede keuze en hij gaat over droogtijd. Een kneuzer bewerkt het gemaaide gewas direct achter de maaibalk zodat het sneller vocht verliest. Bij de KUHN FC 244 gebeurt dat met V-vormige nylon kneusvingers die de waslaag van de stengels openwrijven; daardoor verdampt het vocht sneller uit de plant. KUHN koos nylon boven staal omdat het lichter is en dus brandstof bespaart.
De FC-serie is de schijvenmaaier mét kneuzer, de GMD-serie is dezelfde machine zonder. Zonder kneuzer bent u lichter uit, vraagt de machine minder vermogen en beschadigt u het gewas minder, wat telt als u op bladbehoud let. Met kneuzer wint u droogtijd, en dat is vaak doorslaggevend bij kuilgras en bij een weersvenster van één dag. De vervolgstappen staan elders in het programma: schudden met schudders, op zwad leggen met harken en persen met ronde balenpersen.
Voor, achter of in combinatie
Modellen met een F in de naam zijn frontmaaiers: GMD 2721 F, GMD 3123 F, FC 3125 F, PZ 3021 F en meer. U maait dan vóór de trekker, zodat het gewas niet eerst wordt platgereden. De meeste andere modellen zijn achter gedragen, zoals de FC 244 en de PZ 300. De FC 2861 is getrokken.
Wilt u meer capaciteit, dan combineert u een frontmaaier met een achtermaaier. De brede machines op deze pagina zijn daarvoor gemaakt: de GMD 8730 doet 8,75 m, de GMD 9530 tussen 9,10 en 9,5 m, de GMD 10030 en FC 10030 9,93 m, de FC 13460 RA 13 m en de GMD 15030 14,5 m. De FC 9530 en FC 10030 zijn uitgevoerd als bandmaaier, die het gewas op een transportband samenvoegt; de GMD 9530 RV werkt met zwadvijzels.
Werkbreedte en trekkervermogen
Het programma loopt van 1,6 m tot 14,5 m. De KUHN GMD 16 weegt 420 kg bij 1,6 m; de GMD 24 en GMD 28 wegen 544 en 600 kg bij 2,4 en 2,8 m. De FC 244 met kneuzer weegt 1010 kg bij 2,40 m en vraagt 50 pk; de PZ 300 trommelmaaier vraagt 64 pk bij 2,95 m. Dat gewichtsverschil is geen detail: een kneuzer voegt massa toe die de trekker moet dragen én aandrijven. Op een hefinrichting die net toereikend is, maakt dat het verschil tussen comfortabel werken en voortdurend bijsturen.
De techniek achter de KUHN-maaibalk
Een aantal namen komt in het assortiment steeds terug, en het helpt te weten wat ze doen. OPTIDISC en OPTIDISC ELITE zijn de maaibalken met een vaste schijfafstand die de gewasdoorvoer regelt en overlapping tussen de schijven verzorgt. FAST-FIT is het messensnelwisselsysteem waarmee u messen zonder gereedschap vervangt. LIFT-CONTROL regelt de ontlasting en het uitheffen van de maaiunit. CONSTANT FLOAT houdt de ontlastingsdruk gelijk terwijl de maaier over het perceel beweegt. PROTECTADRIVE, op de GMD 5251 TC, beschermt de aandrijving bij het raken van een obstakel.
Maaihoogte, bodemvolging en voederkwaliteit
De maaihoogte bepaalt hoeveel gewas u wint en hoeveel grond u meeneemt. Te laag maaien kost graszode en brengt zand in het kuilvoer, wat het asgehalte verhoogt en de conservering verstoort. Daarom zit in vrijwel elke machine een vorm van bodemvolging: bij de FC 244 een pendelende middenophanging waarbij de maaiunit precies in het zwaartepunt hangt, zodat de unit ook op glooiend terrein en bij hoge snelheid de bodem blijft volgen. In transportstand wordt dat pendelen vergrendeld.
Messen en dagelijks onderhoud
Maaimessen zijn een slijtdeel en botte messen trekken het gewas los in plaats van het te snijden, wat de hergroei vertraagt. Met FAST-FIT wisselt u ze zonder gereedschap, wat het verschil maakt tussen messen vervangen wanneer het nodig is en het uitstellen tot na de oogst. Bij de PZ-trommelmaaiers geeft een opklapbare frontbescherming snelle toegang tot de trommels voor de dagelijkse controle.
Het KUHN-maaierprogramma in één overzicht
| Serie | Type | Kneuzer | Werkbreedte | Aanbouw | Modellen |
| KUHN GMD (compact) | Schijvenmaaier | Nee | 1,6 – 2,8 m | Achter en front | 16 · 24 · 240 · 28 · 285 · 280 F · 2721 F |
| KUHN GMD (3 m-klasse) | Schijvenmaaier | Nee | 3,1 – 3,14 m | Achter en front | 310 · 310 F · 315 · 3111 · 3121 F · 3123 F · 3125 F |
| KUHN GMD (breed) | Schijvenmaaier | Nee | 3,5 – 5,2 m | Achter en front | 355 · 3511 · 3515 · 3525 F · 4011 · 4015 · 4411 · 5251 TC |
| KUHN GMD (loonwerk) | Schijvenmaaier | Nee | 8,75 – 14,5 m | Achter en getrokken | 8730 · 9530 · 9530 RV (zwadvijzels) · 10030 · 15030 |
| KUHN FC (compact) | Schijvenmaaier | Ja | 2,40 – 3,5 m | Achter, front en getrokken | 244 · 284 · 2861 (getrokken) · 314 · 3115 · 3125 F · 3515 · 3525 F |
| KUHN FC (loonwerk) | Schijvenmaaier | Ja | 8,73 – 13 m | Achter en getrokken | 8830 · 9330 RA · 9530 (bandmaaier) · 10030 (bandmaaier) · 13460 RA |
| KUHN PZ | Trommelmaaier | Nee | 2,7 – 8,84 m | Achter en front | 2721 F · 300 · 3021 F · 3221 F · 8831 |
| KUHN TC 320 | Enkele kneuzer | Ja | 1,8 m | Achter | TC 320 |
Welke maaier past bij uw grasland?
Schijf of trommel, met of zonder kneuzer, voor of achter: de keuze hangt af van uw percelen, uw trekker en het moment waarop u wilt kunnen maaien. Uw dealer bekijkt met u de werkbreedte, gewicht en het benodigde vermogen. Vul uw postcode in en vind een dealer bij u in de buurt.